|
‘Apocalypto’ maakt verschillende dingen
duidelijk over Mel Gibson de filmmaker. Om te
beginnen heeft hij iets met helden die “larger
than life” zijn en tegen wil en dank vechten
voor grote waarden als Liefde en Vrijheid. Jezus
is hier natuurlijk een ultiem voorbeeld van,
maar William Wallace voldoet ook aan dit beeld.
Net als Jaguar Paw (Rudy Youngblood) in
‘Apocalypto’. Deze strijder probeert een zekere
dood en een legertje bloeddorstige Maya’s te
weerstaan, terwijl hij terug bij zijn vrouw en
kind, en een vrije wereld, probeert te komen.
Vervolgens hebben we ook hier weer te maken met
een episch verhaal, dat een historisch volk en
belangrijke wendingen in hun cultuur in beeld
brengt. Tenslotte kun je niet om het geweld
heen, dat in alle films van Gibson prominent
aanwezig is. ‘Braveheart’ was behoorlijk ruig in
zijn veldslagen, en ‘The Passion of the Christ’
was in feite één lange marteltocht. ‘Apocalypto’
kent wellicht meer perioden van rust dan
laatstgenoemde film, maar de geweldsdaden die
getoond worden kunnen zich in hun gruwelijkheid
prima met “The Passion” meten.
Nu heeft er zich ongetwijfeld veel
verschrikkelijks afgespeeld ten tijde van het
Mayarijk, maar het is jammer dat we niet een wat
breder beeld krijgen van dit rijk. “Apocalypto”
mag dan Grieks zijn voor “ik onthul”, het
voornaamste dat Gibson over dit intrigerende
volk onthult is dat het een stel moordende,
sadistische barbaren is. En dat terwijl de film
zo fascinerend begint. Maar ook al blijkt de
film minder verhelderend te zijn dan in potentie
mogelijk was en eigenlijk een vrij simpel
actieverhaal is, ondanks de parallellen met de
politiek van huidige mogendheden, Gibson houdt
je vrijwel continu op het puntje van je stoel,
terwijl de context van de Maya-cultuur, waarin
de vertelling plaatsvindt, voor bovengemiddelde
interesse zorgt.
Bij aanvang van de film wordt de toeschouwer
meteen middenin een achtervolging in de jungle
gegooid. Het blijkt dat Jaguar Paw met wat
mannen van zijn stam, waaronder zijn vader Flint
Sky als lokaas speelt voor een zwijn, dat op
ingenieuze wijze onschadelijk wordt gemaakt.
Hierna wordt het beest opengesneden en worden de
organen verdeeld onder de aanwezigen. Blunted,
de simpelste van het stel, krijgt de ballen van
het beest aangereikt, aangezien het eten hiervan
hem zou kunnen helpen met zijn
conceptieproblemen. Dat dit gelogen is, hoort
hij pas na zijn happen van de smerige testikels,
tot groot vermaak van de groep. Door dit gegein
met elkaar ontstaat er een onmiddellijke band
tussen toeschouwer en personages. Bovendien komt
alles volledig authentiek over, wat grotendeels
komt door het gebruik van de originele Maya-taal
en door de geïnspireerde casting van onbekende,
maar aan de (nationaliteit van de) personages
verwante acteurs. Ze kwijten zich bovendien
allen buitengewoon goed van hun taak, met
Youngblood voorop als de charismatische,
atletische held. Ook wanneer we na deze jacht de
groep observeren in hun dorp, in de omgang met
elkaar, komt het geheel geloofwaardig over. Het
is bijna alsof we naar een rustige docu op
National Geographic zitten te kijken.
Deze rust wordt wreed verstoord wanneer de
wrede Maya-strijders uit een nabijgelegen en
rijke nederzetting de dorpelingen komen
gijzelen, en ten dele verkrachten of afslachten.
Rauwe gevechten met doorgesneden kelen en meer
van dat soort gezellige beelden maken ineens
weer duidelijk dat we naar een Mel Gibson-film
aan het kijken zijn. Vanaf dit punt is het uit
met de idyllische wereld van onze vrienden, en
worden we getrakteerd op een uurlange
lijdensweg, die wel iets wegheeft van de gang
van Jezus naar het kruis. Maar wanneer de aan
lange bamboestokken vastgebonden mannen samen
met hun beulen een mysterieus meisje passeren,
dat één of andere enge ziekte blijkt te hebben,
getuige de plekken op haar gezicht en lichaam,
blijkt er toch hoop te gloren. Zij spreekt de
profetie uit, dat er een verlosser zal komen die
ze uit de naderende zwarte dagen zal verlossen,
en dat hij in hun midden is, en refereert zelfs
aan een jaguar-man.
Na een half uur zwoegen komt men dan
eindelijk aan in de grootse Mayastad, en blijkt
dat de grootste gruwelen nu pas gaan beginnen.
Vanaf een imposante tempel worden mannen
onthoofd en hun lichamen via de trappen naar
beneden gedonderd, onder gejuich van het
aanwezige volk. Uiteraard moet dit de Goden
gunstig stemmen, en vervolgens voorspoed
bewerkstelligen, maar Jaguar Paw heeft hier
weinig boodschap aan wanneer hij, na enkele
vermaledijde voorgangers, zelf bovenop de stenen
tafel ligt, klaar om de Grote Reis te gaan
maken.
Een praktisch mirakel zorgt ervoor dat Paw
aan zijn lot ontsnapt en het is vanaf dit punt
dat de film een andere vorm aanneemt: dat van
een simpel achtervolgingsverhaal. Lange tijd was
er nog de mogelijkheid dat er een veelzijdig
verhaal verteld zou gaan worden of dat we
interessante inzichten zouden krijgen over de
Maya's. Maar deze hoop blijkt tevergeefs. De
schurken, van wie er bij de baas even nog sprake
leek te zijn van menselijke dynamiek door de
relatie met zijn zoon, blijken door en door
slecht te zijn, en de informatie over het
Maya-volk die we via details binnenkregen,
verdient duidelijk niet (meer) de voorkeur. Het
laatste half uur van de film bestaat simpelweg
uit de naar huis vluchtende Jaguar Paw, die,
wanneer hij zich weer in zijn eigen omgeving
bevindt, als Rambo in ‘First Blood’ zijn
vijanden via slimme survivaltrucjes van zich
afhoudt. Er is een watervalsprong als in ‘The
Fugitive’, en de soms over-de-top actiescènes en
absurde geweldsuitspattingen – zoals
bloedfonteintjes uit nekken – lijken er toch in
ieder geval deels op te wijzen dat Gibsons tonen
van geweld niet uitsluitend cultuurhistorisch
van aard is. Hij wil niet alleen maar de
menselijke neiging naar geweld (door de eeuwen
heen) tonen, hij lijkt er zelf ook van te
genieten. Maar een opeenstapeling van
(melo)dramatiek kan er ook nog bij, wanneer Paws
vlucht naar huis afgewisseld wordt met de
hachelijke situatie van zijn zwangere vrouw en
kind, die in een put zit die langzaam volloopt
met water. Op een gegeven moment wordt het
gewoon potsierlijk.
Maar ondanks het gebrek aan diepgang en de
onnodige excessen in de film is het verhaal toch
nog lange tijd een behoorlijke nagelbijter. Ook
technisch gezien is ‘Apocalypto' goed
gerealiseerd, met mooie shots van de
adembenemende jungle-setting, overtuigend
acteerwerk, en een prachtige, aardse soundtrack
van James Horner die zichzelf de laatste tijd
opnieuw lijkt te ontdekken. ‘Apocalypto' is niet
de openbaring en rijke kijkervaring die het had
kunnen zijn, maar voor iedereen die zich instelt
op een vrij rechttoe rechtaan actieverhaal in
een onorthodoxe setting, en niet al te vies is
van bloed, is ‘Apocalypto' zonder meer een
bevredigende film. |