
Theo had drugs gesmokkeld, laten
smokkelen, naar Oldenburg, Duitsland. In veertien maanden had hij zo eens in de
vier weken per keer zes, zeven kilo softdrugs in een sporttas bij Gertrud laten
afleveren.
Zelf denkt Theo dat het iets minder
vaak is geweest en ook iets minder veel.
Voor de rest klopt het zo'n beetje
wel, zegt hij.
Het was goede
handel.
Hoewel Theo beschikte over eigen
hennepkwekerijen, in en rond de stad Groningen, kostte het hem soms de grootste
moeite aan de vraag te voldoen.
Oldenburg lustte er wel pap
van.
Theo moet in die tijd een druk bezet
man zijn geweest.
Bij daglicht werkte hij in het
ziekenhuis, maar zodra het duister werd dook hij het criminele circuit
in.
Zijn aanpak was die van een
professional, zegt de officier van justitie, want kijk maar eens naar zijn
verdiensten: 121.765, 85 euro in ruim een jaar.
Uiteindelijk ging het
mis.
In april 2005 werd de man die de drugs
bij Gertrud afleverde, gepakt met 6,6 kilo in de gehuurde auto. De
Duitse politie vond dat de moeite waard en deed nader onderzoek en belde met
Groningen. Niet lang daarna werd handlanger Klaas aangehouden. Theo wist dat het
spel gespeeld was en besloot zichzelf bij de politie te
melden.
Hij werd verhoord en zat een nacht in
de politiecel. De volgende dag werd hij
heengezonden.
Hij zou nog wel
horen.
Niet heel lang daarna raakte hij na
wat akkefietjes op een oneerlijke manier – zegt hij - zijn baan bij het ziekenhuis kwijt.
Hij vroeg een gesprek aan met de directeur. Hij had er per slot van rekening 18
jaren gewerkt. Het gesprek kwam, maar mondde uit in een
mishandeling.
Onbedoeld, maar Theo belandde wederom
op het politiebureau.
Hij werd opnieuw
weggestuurd.
Ook hier zou hij nog wel van
horen.
En zo is het gekomen dat Theo – 41
jaar – deze week in zittingszaal 14 in het verdachtenbankje
zit.
Ik zie dat de zolen bezig zijn zich
los te maken van de rest van de schoenen. Ik zie ook geen man waarvan je zegt:
daar zit nou een softdrugssmokkelbaron of een man van meer dan honderdduizend
euro.
Dat vindt hij zelf ook niet. Theo
werkt tegenwoordig als vrijwilliger in de natuur en kijkt naar vogels. Van het
criminele circuit heeft hij
afscheid genomen.
Tijdens de zitting hoor ik de officier
van justitie spreken van een ernstige zaak. Theo wordt gezien als de
hoofdverdachte. 'Een professional die hier ter zitting alles behalve het
achterste van zijn tong laat zien.'
Er wordt nog iets naars gesuggereerd
over bedreigingen met een koevoet.
Ik maak een rekensommetje: het
smokkelen van enkele tientallen kilo's softdrugs naar Duitsland gedurende ruim
een jaar, het met anderen exploiteren van zeven, acht hennepplantages in en rond
de stad Groningen, een niet kinderachtige opbrengst van ruim 120.000 euro en de
mishandeling van een ziekenhuisdirecteur.
Plus het feit dat Theo twee keer
eerder is veroordeeld wegens drugsdelicten.
Ik tel op en voorspel – voorzichtig -
dertig maanden gevangenisstraf.
De officier van justitie: 'Ik eis al
met al een werkstraf van 240 uur (en zes maanden
voorwaardelijk).
Niemand valt van zijn stoel en de
advocaat van Theo doet wat hij moet doen. Hij zegt 240 uur wat veel te vinden.
Of het ook 120 uur mag zijn? Immers, de strafbare feiten dateren uit 2004 en
2005. Dat is al weer een tijdje geleden.
De officier van justitie wil daar
niets van weten. Het heeft allemaal wel lang geduurd, dat is zo, maar het
openbaar ministerie heeft in deze zaak geen seconde
stilgezeten.
Geen reden dus om de strafeis te
matigen: 240 uur!
Ik bel na de zitting met het
arrondissementsparket Groningen.
Niet dat het mij iets uitmaakt, maar
ik vraag of een werkstraf niet een ietwat ongewone strafeis is in deze
kwestie.
Het parket zegt zich bij die vraag wel
iets te kunnen voorstellen, maar merkt op dat het gaat om feiten die al weer wat
ouder zijn, 2004, 2005. Dat daarom de eis ietwat is
gematigd.
Soms zijn de wegen van justitie
onnavolgbaar.
Theo lijkt de werkstraf ondertussen
niet erg te vinden.
Hij maakt zich meer druk over die
121.765,85 euro die justitie van hem wil hebben. Met zijn middelbare
schoolopleiding en naderende middelbare leeftijd zonder uitzicht op een baan
voorziet hij problemen inzake de betaling.
Maar bovenal vindt hij het een fout
signaal dat justitie nu afgeeft.
De
Theorie:
'Bij zo'n hoog bedrag wekt justitie de
indruk dat met criminaliteit veel geld is te verdienen. Justitie houdt hiermee
een mythe in stand. Dat zou wel eens een aanzuigende werking kunnen hebben. De
verdiensten in de criminaliteit zijn niet zo hoog als wordt gedacht. Het is dus
beter de mythe te ontkrachten door een fors lager bedrag te
vorderen.'
Rob Zijlstra
uitspraak op 14 april